Logo Kamerkoor Vocoza Det är en ros

Toelichting

Een roos ontluikt in de winternacht. Kamerkoor Vocoza laat o.l.v. gastdirigent Harold Lenselink de frisse prilheid ontspringen in een programma dat reikt van de vroeg-barok tot de twintigste eeuw. Harold Lenselink vervangt dit seizoen onze vaste dirigente Sanne Nieuwenhuijsen, die het leven schonk aan een derde kind: Dante.

Het programma begint met een a cappella werk van Michael Praetorius uit het begin van de 17e eeuw: Es ist ein Ros entsprungen. De kracht van dit werk schuilt in zijn ontroerende eenvoud. Zonder effectbejag wordt de centrale boodschap van kerst overgebracht: dat het kleine en onaanzienlijke uiteindelijk de mensheid van ellende zal bevrijden. De compositie van Praetorius wordt vervolgens ingebed in een werk uit 1990 van de Zweedse componist Jan Sandström, een etherisch en langgerekt weefsel van klanken.

Er volgen twee werken uit de romantiek en de barok. Het thema van ontspruiten en groei zien we terug in Brahm’s motet O Heiland, reiß die Himmel auf. Het stuk is een oproep aan de Heer om de hemel open te scheuren en de aarde te bevloeien met de goddelijke dauw, om de mensheid uit de ellende te verlossen; een metafoor voor Jezus, de zoon van God, die mens op aarde is geworden. De vijf delen van het motet werken toe naar de climax van het Amen: een dubbele canon waarin de melodieën van de vrouwen en mannen gespiegeld zijn.

Na een instrumentaal intermezzo volgt het hoofdwerk voor de pauze: het kerstmotet Merk auf mein Herz, dat wordt toegeschreven aan Johann Christoph Bach van Eisenach, een ver familielid van ‘de’ Bach. Het stuk werd in 1989 ontdekt in een doos op de universiteit van Harvard, temidden van allerhande andere niet gecatalogiseerde partituren

De teksten van de zeven delen in dit motet zijn afkomstig van een bekende hymne van de reformator Martin Luther, Vom Himmel hoch, da komm ich her, maar in een andere volgorde. Het is een vrolijk en licht werk, waarin de componist allerlei stijlfiguren toepast om de tekst muzikaal te illustreren. Zoals in het vijfde deel waar het woord ‘liegst’ (liggen) in Daß du da liegst auf dürrem Gras op een dalende melodie is gezet, of de sopranen even later een balkende ezel nadoen. Of zoals in het zesde deel de alten, tenoren en bassen het ‘ruhn’ (rusten) uitdrukken in een langgerekt en dalend tremolo.

Na de pauze springen we naar de twintigste eeuw, met het Magnificat van de Vlaamse componist Vic Nees. Het Magnificat is de Latijnse versie van de Lofzang van Maria. Die sprak (of zong?) ze uit toen ze –zwanger van Jezus– op bezoek was bij haar nicht Elisabeth, die zelf in verwachting was van Johannes de Doper. Maria prijst God, omdat hij haar, als eenvoudige dienstmaagd, uitkoos om Jezus ter wereld te brengen. Nees schreef een modern motet voor koor en sopraansolo, met een monumentale overkoepelende structuur en een welgekozen mix van technieken, zoals clusters, spreekkoren en repetitie. Het werk bestaat uit tien geledingen, met ieder een eigen expressief klankbeeld. De eerste drie geledingen van het werk komen aan het einde in aangepaste vorm weer terug. Het omvangrijke middendeel beslaat vier muzikale taferelen. Men mag zich gerust voorstellen dat het Maria is die de sopraansolo zingt.

Na een intermezzo voor orgel volgt een reeks kerstliederen in het lichtere genre. De eerste drie zijn bekende Amerikaanse tunes, gearrangeerd door Peter Gritton. Gastdirigent Lenselink laat horen dat dit soort ‘simpele’ muziek veel meer kan zijn dan de muzak in de Kalvertoren tijdens de Adventstijd.
Tijdens O Come, All Ye Faithful en Hark! the Herald Angels Sing krijgt u zelf de gelegenheid om een vocale duit in het zakje te doen. Kerst is tenslotte iets dat je samen viert.

Vocoza en Harold Lenselink wensen u een genoeglijk concert én gezegende feestdagen.

Bram Bos