Logo Kamerkoor Vocoza Logo Kamerkoor Vocoza / In Paradisum In Paradisum. Concerten juni 2008

Toelichting

Afscheid nemen is een beetje sterven. Maar ook vaak een nieuw begin. Afscheid van het leven is niet bepaald een beetje sterven. Toch zien tallozen het eerder als vertrek, slechts een reis naar een ander oord. We zien elkaar wel weer. Later. Dan.

Gabriël Fauré zag het zo. Zijn Requiem (1893) is misschien wel het meest hoopgevende in het hele genre. Waar andere componisten grote orkesten nodig hebben om het spektakel van de Dag des Oordeels te laten horen, houdt Fauré het bij een orgel en de menselijke stem. De dood is niet een vertrek in onzekerheid, maar een zekere aankomst in de rust van het paradijs. De dood is een bevrijding, dankzij het Lam Gods. Fauré’s muziek balsemt de ziel van hen die rechtop de kerk uitlopen.

De zwarte slaven in Amerika dachten er hetzelfde over. Alleen kon het ze schijnbaar niet snel genoeg gaan. In drie negro-spirituals staat de beweging naar het paradijs centraal. In Ride the Chariot staan de zangers ’s morgens vroeg enthousiast klaar om de wagen te nemen naar de dag des oordeels. In Same Train blijken moeder, broer, zus, kortom de hele familie uiteindelijk dezelfde trein te pakken: die naar de hemel. Om één en ander vlot te laten verlopen wordt Jezus opgeroepen om vooral door te rijden, in Ride On, King Jesus.

Het optimisme van Fauré en de negro-spirituals krijgt emotioneel tegenwicht met drie andere vocale onderdelen in het programma. Twee Nederlandse componisten richten zich tot de stervende mens. Op een tekst van Goethe schreef Alexander Voormolen (1949) het korte motet Wanderers Nachtlied, waarin berusting centraal staat: ‘Warte nur, balde ruhest du auch’. Johannes Verhulst (1850) vestigt in doodsnood zijn hoop op de Heer in De Nevel dekt ons: ‘Doe het lichten in ons hart’.

Je kunt er echter ook stilletjes tussenuit piepen. Zoals in Lähtö (‘Vertrek’) van de Finse componist Einojuhani Rautavaara (1975). In een fascinerend werk bestijgt de ik-figuur half-slapend zijn paard, en hij alleen weet waarheen de reis zal gaan. “Slechts even dreunen de hoeven bovenop de daken. Ik ben al ver weg, bevrijd.”

Twee moderne werken bij ongewild en onrechtvaardig afscheid completeren het programma. John Tavener (1993) schreef Song for Athene. Een modern requiem in de orthodoxe en mystieke stijl die Tavener zo eigen is. Oorspronkelijk geschreven voor de noodlottig gestorven jonge actrice Athene Hariades, kreeg het wereldwijde bekendheid bij de begrafenis van de eveneens bij een auto-ongeluk omgekomen Prinses Diana in 1997.

Waar Tavener wederom de hoop centraal stelt, is Samuel Barber (1942) gewoon verschrikkelijk kwaad. De wereld stopt met draaien als iemand moedwillig wordt omgebracht. Zoals de Ierse boer Anthony O Daly, die in 1820 werd opgehangen vanwege zijn leiderschap van de Whiteboys, een geheime verzetsgroep voor de vrijheid van het autonome boerenbestaan. Op een magistrale tekst van James Stephens zet Barber even een punt achter de kosmos.

Woede, berusting, hoop en verlangen. Kamerkoor Vocoza & Ira Spaulding laten u alle hoeken van de kamer zien in een enerverend en diepgravend vocaal programma over afscheid en vertrek. Tot ziens in het paradijs.