Logo Kamerkoor Vocoza

Internationaal Koorfestival 1983
een magistrale gebeurtenis

Sponsor: RMA - recording media

"Koren uit de hele wereld zingen in Den Haag": dat was het motto, waaronder voor de negende keer het Internationaal Koorfestival dit jaar plaatsvond. Het zwaartepunt lag op het concours dat drie hele dagen (30 juni t/m 2 juli) in beslag nam. Het Festival werd ingeluid door een massale openingsmanifestatie op 29 juni in schaatscentrum "De Uithof" en uitgeluid met een slotconcert in het Nederlands Congresgebouw op 2 juli. Behalve in de Haagse regio liet de actieradius van dit IKF zlch ook ver daarbuiten meten, waar immers vele van de deelnemende buitenlandse koren zich – van Almelo tot Wijk bij Duurstede en van Schoorl tot Tegelen – in het land presenteerden. Voor deze gelegenheld was bovendlen een internationaal koor geformeerd dat zich tijdens het slotconcert liet horen, terwijl tijdens het concours via lezingen door juryleden ook aan het meer vakinhoudelijke aspect aandacht werd geschonken.

Openingsmanifestatie
Vrijwel alle aan het concours van het IKF deelnemende landen (en dat waren er om en nabij 20!) presenteerden zich met een of meer koren op woensdagavond 29 juni in de enorme hal van "De Uithof". Dat was zowel in letterlijke als figuurlijke zin een avond vol vlagvertoon en van wuivende, veelal in uniforme en zelfs nationale kledij gestoken "korenvelden". Uiteraard was dit geen echt concert, maar veeleer het ten overstaan van een ieder afgeven van een muzikaal visitekaartje: een min of meer voor het land "representatief" kort a cappella-stuk en dat kwam dan inderdaad uit op "lk heb mijn wagen volgeladen" via "O du lieber Augustin" (Oostenrijk) tot aan "Kalinka" (Rusland), maar impliceerde gelukkig ook werk van "nationale" componisten als Zoltan Kodály (Hongarije) en Frederick Pacius (Finland)

Toch kon men die avond reeds enkele veelbelovende staaltjes van koorzangcultuur in ontvangst nemen die trek-naar-meer veroorzaakten.

Meertalig ingeleid door de voorzitter van de organiserende Stichting Samenwerkende Nederlandse Korenorganisaties (S.N.K.), de heer A. J. Kret, had de minister van WVC, mr. drs L.C. Brinkman, deze avond – en daarmee tevens het festival als zodanig – met enkele applaus ontlokkende zinsneden geopend. Een woord van hulde aan de trompetters van de fanfare "Pius X" uit Poeldijk en aan de meisjes van de Haagse majorettenvereniging "Kolibri" mag niet achterwege blijven.

Concours
De hoofdschotel van het gehele IKF blijft natuurlijk het concours. Dat hield in vijf afdelingen: gemengde, mannen-, vrouwen-, jeugd- en kinderkoren. Voorts twee jury's: een voor de gemengde en kinderkoren, die bestond uit de heren Eskil Hemberg (Zweden), Angei Manolov (Bulgarije), Vlastimir Nikolovski (Joegoslavië), Gerhard Schulte (West-Duitsland), Lájos Vass (Hongarije) en Stephen Wilkinson (Engeland), en onder voorzitterschap stond van Jan Eelkema, èn een jury voor de overige rubrieken (mannen-, vrouwen- en jeugdkoren), die was samengesteld uit (alwéér alleen maar mannen!) Andras Farkas (Zwitserland), Jürgen Jürgens (West Duitsland), Rudolf Lukowsky (Oost-Duitsland), Zachari Mednikarow (Bulgarije), Borivoje Popovic (Joogoslavië) en Juliaan Wilmots (België), Deze jury stond onder voorzitterschap van onze landgenoot Anton de Beer. Deze twee zeer competente colleges moesten in totaal ruim 60 koren beoordelen Bij iedere sessie bestond de jury uit 5 leden. Aan een koor konden zij maximaal 100 punten toekennen; het hoogste, resp. laagste puntenaantal werd bij de optelling niet meegerekend: een soort "nivellerend" effect om eventueel al te grote uitschieters te neutraliseren, zodat het maximaal haalbare resultaat voor een koor in feite 300 punten zou kunnen bedragen.

Het spreekt vanzelf dat het beluisteren van alle 60 koren in drie dagen onmogelijk was, temeer omdat de wedstrijd zich meestentijds in twee zalen simultaan voltrok. Bovendien waren er tijdens dit concours nog andere zaken, die ook interessant waren. Iedere luisterear maakt dan uiteindelijk een selectie op gronden van praktische aard en van min of meer specifieke voorkeur.

Verplicht
Voor iedere afdeling gold een verplicht werk; dat waren zonder uitzondering stukken van Nederlandse componisten. Henk Badings was er zelfs met twee vertegenwoordigd: een "Jubilate Deo" voor mannenkoor en de "Ballad of Cocaine Lil" voor jeugdkoor. De gemengde koren moesten zich eerst inzetten voor het modulatorisch weinig rust kennende, en daardoor verraderlijke, "Gleich zu Gleich" dat Alphons Diepenbrock op tekst van Goethe in 1908 componeerde. De vrouwenkoren vonden eerst Jaap Geraedts' fijnzinnige "Aloeëtte" (1948) op hun weg. De kinderkoren ten slotte moesten zich eerst wijden aan een "Sanctus" in canonvorm van Jacobus Clemens non Papa. Naast het verplichte werk was er dan voor elk koor nog de opgave een viertal andere nummers naar eigen keuze aan de jury en het in groeiende getale opkomende publiek te offreren.

Bij de beoordeling, en vooral bij de vergelijking, van het verplichte werk heeft men als het ware een steeds terugkerend referentiepunt. Frappant zijn niettemin nog vaak de (aanzienlijke) verschillen in aanpak van een en dezelfde notentekst. Daar is niet alleen een factor als de eigen klankcultuur waarmee een koor zich sowieso al manifesteert, maar bovenal een complex van factoren dat aan te duiden valt met dat ene (Duitse - er is tijdens dit IKF tenslotte zoveel Dults gekoeterwaald) woord: Werktreue. Nader omschreven: het in de verklanking behartigen van al die componenten, die door de componist in zijn partituur zijn vastgelegd, op een dusdanige wijze dat daarmee het werk optimaal wordt rechtgedaan.

Niet te ontkennen valt dat er op dit punt hoge ogen werden gegooid, maar daarnaast viel het ons evenzeer op dat het voor sommige dirigenten (en dus ook koren) kennelijk moeilijk valt hun partituren echt overal goed te lezen en daarnaar te handelen.

Voorbeeld
Een voorbeeld: ik noem in het "Gleich zu Gleich" de kwestie van de dynamiek. Niet alleen het doseren van een goed "piano" als uitgangspunt, moar ook de overgangsdynamiek verderop in het muzikale discours; het tempoverschil bij het "Animato"; de articulatie (tenuto, resp. staccato); de interpretatie van de verschillende fermates, enz. Nog een voorbeeld: bij de weergave van Badings mannenkoorstuk. "Jubilate Deo" viel het ons op – althans bij de vier interpretaties op vrijdag – dat ook hier het exacter opvolgen van de dynamische voorschriften en tempowijzigingen (Poco meno; animando poco a poco) een beeldender voordracht uiteindelijk nog meer ten goede had kunnen komen.

Interessant
Het interessante van zo’n groots concours is natuurlijk dat men in de gelegenheid wordt gesteld eens kennis te nemen van koorzang waarbij bepaalde facetten als het ware veel verder blijken te zijn "doorgetraind" dan bij ons meestal het geval is. Te noemen valt bijvoorbeeld de klankproduktie bij veel van de Oosteuropese koren; het groter bereik van alle registers èn het met meer durf en souplesse inzetten daarvan; de soms welhaast fanatieke gerichtheid op vóór alles discipline en homogeniteit, wat wel zo zijn resultaat oplevert, dat moet gezegd worden.

Het meeste van wat ik hierboven noem vindt men gerepresenteerd in de Oosteuropese koren en het was dan ook niet verwonderlijk dat de eerste prijzen van bijna alle afdelingen, op de mannenkoren na, werden weggesleept door koren uit Bulgarije, Rusland en Joegoslavië (voor de belangrijkste uitslagen zie het kader).

Bij die prijswinnaars vlel ons nog iets op: de beheersing tot en met de overdracht, de "transfer", van het gehele vocale apparaet is dusdanig souverein (het is niet zonder betekenis dat dirigent en koristen alles uit het hoofd doen!), dat deze koren in feite elke soort muziek "aankunnen" en dat ook meestal doen. Dat een kwestie als stijlzuiverheid bij dit soort omnivoren dan wel eens op het tweede plan komt is een ander verhaal.

Gering
Het Nederlandse aandeel in de "top drie" van elke afdeling was – en dat kwam niet onverwacht – gering. Een topper werd gevormd door het vocaal ensemble "Vocoza" uit Amsterdam dat onder leiding van Frank Hameleers een geweldig resultaat boekte met een tweede plaats (287 punten!) bij de gemengde koren.

Belangrijkste uitslagen concours I.K.F. 1983

(maximum aantal punten: 300)

Gemengde koren
I. Chor "Angel Boukoreschtliev", Bulgarije, 289
II. Vocaal Ensemble "Vocoza", Nederland, 287
III. University of the Philippines Concert Chorus, Philippijnen, 282

Mannenkoren
I. Wheaton Male Chorus, U.S.A., 292
II. Männerchor Harmonie 1889 Zellhausen, West-Duitsland, 270
III. Prager Lehrer Männergesangverein, Tsjechoslowakije, 285.

Vrouwenkoren
I. Frauenchor "Angel Boukoreschtliev", Bulgarije, 293
II. Radcliffe Choral Society, U.S.A., 281
III. Volan "Vasvári" Frauenchor, Hongarije, 273

Jeugdkoren
I. Mladinski Pevski Zbor Maribor, Joegoslavië, 293
II. Lopen Lapsi-ja Nuorisokuore, Finland, 264
III. Jeugdkoor "Cantate", Nederland, 260

Kinderkoren
I. Groot Kinderkoor Gostelradio USSR, Rusland, 266
II. Hamburger Alsterspatzen, West-Duitsland, 262
III. Tóth Lajos Altalános Iskola Kórusa, Hongarije, 260.

Het hoogste aantal punten voor het verplichte werk in enige afdeling werd toegekend aan het jeugdkoor uit Maribor dat met zijn verklanking van Badings' "Bailad of Cocain Lil" 488 punten behaalde (hoogste, respectievelijk laagste puntentoekenning telden hierbij wel mee) en daarmee de prijs van het BUMA-fonds in de wacht sleepte.

Slotconcert
Op het slotconcert in de stampvolle Prins Willem Alexanderzaal van het Congresgebouw werden de eerste prijswinnears in de gelegenheid gesteld om via een kort optreden hun prijstoekenning nog eens (stem)kracht bij te zetten. Daarbij frappeerde nogmaals de "mondgymnastiek" van de Bulgaren, de bijzonder-zachte-maar-toch-zuivere toonproduktie van het Joegoslavische jeugdkoor uit Maribor en de (gelukkig) meer raffinement dan geweld opleverende zang, overigens bepaald niet gespeend van showelementen, van het Amerikaanse mannenkoor uit Wheaton.

Laat op de avond kwam dan het langverbeide internationale ad hoc-koor op het podium dat zich onder leiding van Owain Arwel Hughes (met assistentie van Joop Schets) de gehele week had beziggehouden met de instudering van Psalm 150 ("Laudate Dominum") van Albert de Klerk en het Te Deum van Krzysztof Penderecki, een recent werk van deze Pool dat danig teleurstelde, omdat de zeggingskracht die deze componist aanvankelijk scheen uit te stralen hierin gereduceerd bleek tot een enkele effectvolle climax in een verder wijdlopige en niet tot echte bloei gerakende, nogal onpersoonlijke toonspraak.

Het gelegenheidskoor kwam in een vol klankgewaad overtuigend over het voetlicht, waartegenover het aandeel van het begeleidende Gelders Orkest dit effect bepaald niet kon versterken. Onder de zeer capabele leiding van Hughes vermocht dit orkest immers niet, bijvoorbeeld in het toch niet zo moeilijke werk van De Klerk, tot een exacte ritmische reproduktie van het gegeven notenbeeld, en daarmee tot sluitend samenspel, te komen.

Voor de solistische partijen in Penderecki waren jonge, Nederlandse solisten geëngageerd, t.w. de soproan Erica Grefe, de mezzo Myra Kroese, de tenor Ad van Baasbank en bas Harry Spronken. Hun goedbedoelde bijdragen konden aan de troosteloosheid van Penderecki’s stuk amper wat afdoen.

Organisatie
Rest nog te vermelden dat het gehele gebeuren in Den Haag werd gepresenteerd door Hans van Willigenburg, die met zijn van de ether welbekende "flux de paroles" (hoewel deze taal er niet aan te pas kwam) weinig moeite had om van alle optredens drietalig den volke kond te doen.

De organisatie van dit IKF 1983 kan als een doorslaand succes worden gezien. De nood steeg wel eens hoog in het "crisiscentrum", waar directeur Kees Veerkamp en muzikaal adviseur Jos Vranken de scepter zwaaiden, maar dankzij ook de volledige inzet van enkele zeer toegewijde medewerkers, en vooral medewerksters, is alles tot een prima einde gebracht. Een IKF met een record-deelname, een over het algemeen zeer hoog niveau, leuke internationale contacten, een geweldige sfeer – kortom een magistrale gebeurtenis die je lang zal bijblijven en waar nieuwe impulsen van zullen uitgaan.

Paul van Reijen.

[Bron onbekend]