Logo Kamerkoor Vocoza

Professioneel niveau kamerkoor Vocoza

Sponsor: RMA - recording media

Klassieke muziek – Recensie
Bela Luttmer

Concert door kamerkoor Vocoza o.l.v. Ira Spaulding. Met Marien van Nieukerken (piano), Jaap Zwart (orgel), Johanette Zomer (sopraan), Cécile van de Sant (alt/mezzo), Amand Hekkers (tenor) en Ira Spaulding (bariton).
Gehoord: Doopsgezinde Kerk Haarlem, 12 februari

'Walgelijke kitsch', 'Hoe heeft hij het kunnen schrijven', 'Kromme tenen krijg ik ervan', klonk het in de pauze van het concert van kamerkoor Vocoza. Honderdzevenendertig jaar na de première, na een eeuw waarin alles wat tot de grondbeginselen van de muziek leek te behoren werd afgebroken en vervolgens weer opgebouwd, is een onschuldig ogend werk als Rossini's Petite Messe Solennelle kennelijk nog steeds in staat de gemoederen te verhitten. Helemaal onbegrijpelijk is dat overigens niet. De Messe is een wonderlijke hybride van gewijde ernst en frivole charme. Vooral in de vocale soli slaat de componist van De Barbier van Sevilla ver door in de richting van de wereldlijke muze. De sopraansolo 'O salutaris' is daar een voorbeeld van. Op het deinende ritme van een wals wordt het reddend offer aangeroepen. En in de altsolo van het daaropvolgende 'Agnus Dei' zou een jubelende coloratuur niet misstaan.

Kamerkoor Vocoza - de naam is een samentrekking van Vondelpark Concertgebouwbuurt Zangers - doet geen enkele moeite om die tegenstrijdigheid in het werk te verbloemen en dat strekt het koor tot eer. In de opera-achtige gedeeltes wordt stevig uitgepakt, terwijl in de meer gewijde koordelen juist de subtiele kleuren binnen het piano en het pianissimo worden verkend. Zelden is een amateurkoor in staat de aanwijzing 'zacht' op zo veel manieren gestalte te geven. De jonge krachtige stemmen van Vocoza lijken moeiteloos te intoneren en de zangers reageren alert en trefzeker op de aanwijzingen van hun dirigent Ira Spaulding. Ook als deze met de rug naar zijn koorleden toestaat.

Spaulding op zijn beurt realiseert zijn dubbelrol van dirgent en bariton op virtuoze wijze. Ook de zangsolisten Johanette Zomer, Cécile van de Sant en Amand Hekkers hebben hun partijen tot in het kleinste detail uitgewerkt. Vooral die van de alt en de sopraan zijn ideaal bezet, zodat in het 'Domine Deus' een voorbeeldige symbiose te horen is van de volle, rijke klank van Van de Sant en slankere, maar niet minder krachtige sopraan van Zomer. Amand Hekkers presteert uitstekend in de ensembles, maar mist in zijn solo net de gemakkelijke hoogte die daar nodig is. Hetzelfde geldt voor de laagte van Spaulding.

Het 'orkest', dat in Rossini's origineel bestaat uit twee piano's en een harmonium, wordt hier uitgedund tot één piano en een harmonium. De grote motor is Marien van Nieukerken, die met zijn heldere, ritmisch zeer geprononceerde interpretatie een belangrijke functie vervult. Jaap Zwart voegt op het harmonium vooral klankkleuren toe. Uiteindelijk wordt ook het publiek door kamerkoor Vocoza en Rossini op het verkeerde been gezet. Na afloop van het concert schallen de bravo's door de Doopsgezinde Vermaning. Alsof het een uitvoering in een operatheater betreft.

Haarlems Dagblad, 14 februari 2000