Logo Kamerkoor Vocoza

Vocoza zingt voor uitverkocht huis

Dirigent Spaulding tilt koor en orkest naar hoog niveau

Sponsor: RMA - recording media

KLASSIEKE MUZIEK – RECENSIE
ALBERT BRÜGGEN

Kamerkoor Vocoza en Het Orkest o.l.v. Ira Spaulding, m.m.v. Johannette Zomer (sopraan), Cécile van de Sant (mezzosopraan), Kor-Jan Dusseljee (tenor), Pierre Mak (bariton) en Jan-Piet Knijff (orgel).
Werken van Mozart, Vivaldi en Haydn. Nieuwe Kerk, Haarlem, 23 januari 1998

Langzaam stijgt het Ave verum van Mozart uit de stilte op. Even vrees ik dat bij dit trage tempo de spanning zal breken, maar dirigent Ira Spaulding - zelf een gerenommeerd zanger - laat zijn kamerkoor Vocoza in grote spanningsbogen zingen, zodat het gebed heel intens klinkt. De in New York geboren Spaulding, in ons land werkzaam als zanger, koorleider en docent aan het Sweelinck Conservatarium, heeft gevoel voor dramatiek waarmee hij een ensemble onder stroom zet en boven zichzelf uittilt.

Zo krijgen ook het Gloria van Vivaldi en de zogenoemde Nelson Mis van Haydn een geladen uitvoering, vol accenten en dynamische contrasten. In het Gloria worden de stralende soli van Johannette Zomer en Cécile van de Sant afgewisseld met levendige koorgedeelten. De obligaatpartijen voor hobo en cello zijn in goede handen bij leden van het alert begeleidende Het Orkest, dat gerecruteerd is uit diverse jeugd- en studentenorkesten. Het continuo, met Jan-Piet Knijff aan het orgel, volgt de solisten op de voet.

Voor het solistenkwartet dat voor de Nelson Mis nodig is, voegen Kor-Jan Dusseljee en Pierre Mak zich bij het vrouwelijke duo. Het is jammer dat het kwartet in de richting van maar één deel van het in carré zittende publiek zingt. Vanaf mijn zijplaats vang ik weinig op van Dusseljee en iets meer van Mak. Maar wat is er veel te genieten! Van spannende crescendo's, stevige inzetten, scherpe dictie. Van een fortissimo dat op het eind iets wordt teruggenomen, als een soort echo.

De officiële titel van de mis luidt Missa in angustiis (mis in bange tijden), verwijzend naar de bedreiging van het Napoleontische leger dat tweehonderd jaar geleden, toen Haydn de mis componeerde, al een groot deel van Oostenrijk had bezet. Ondanks die bange tijden straalt de mis van optimisme, helemaal in de geest van Haydns onwankelbare godsvertrouwen. Hij is in deze mis de grote symfonicus, maar ook de man die wist hoe je voor de menselijke stem moet schrijven.

Vocoza geeft samen met de solisten de nodige expressie aan de tekstschilderende zangpartijen. Uit Het Orkest klinken levendige strijkerspassages, triomfantelijke trompetfanfares en markante paukenslagen. Jan-Piet Knijff komt naar voren met fijne orgelsoli. Hij vervangt als het ware de gebruikelijke houtblazers die Haydns broodheer, prins Nikolaus II Esterhazy, uit zuinigheid net had ontslagen. Het publiek, dat geen plaats in de Nieuwe Kerk onbezet laat, krijgt als toegift nog één keer Mozarts wonderschone Ave verum.

Haarlems Dagblad, 26 januari 1998