Logo Kamerkoor Vocoza Veni veni Emmanuel

Teksten en vertalingen Buitengewoon Bruckner

Deze teksten en vertalingen staan ook in het programmaboekje, dat ook op papier bij het concert beschikbaar is.


Mis in E-klein

Anton Bruckner (1824-1896), WAB 27

Kyrie & Gloria

Kyrie eleison
Christe eleison
Kyrie eleison

Gloria in excelsis Deo.
Et in terra pax hominibus bonae voluntatis.
Laudamus te.
Benedicimus te. Adoramus te.
Glorificamus te.
Gratias agimus tibi.
propter magnam gloriam tuam
Domine Deus Rex caelestis,
Deus Pater omnipotens.
Domine Fili unigenite
Jesu Christe.
Domine Deus, Agnus Dei,
Filius Patris.
Qui tollis peccata mundi
miserere nobis.
Qui tollis peccata mundi
suscipe deprecationem nostram.
Qui sedes ad dexteram Patris,
miserere nobis.
Quoniam tu solus Sanctus.
Tu solus Dominus.
Tu solus Altissimus.
Jesu Christe.
Cum Sancto Spiritu
in gloria Dei Patris.
Amen.

Heer, ontferm U.
Christus, ontferm U.
Heer, ontferm U.

Eer aan God in den hoge,
en vrede op aarde aan de mensen van goede wil
Wij loven U.
Wij prijzen en aanbidden U
Wij verheerlijken U
en zeggen U dank
voor Uw grote heerlijkheid.
Heer, God, hemelse Koning
God, almachtige Vader;
Heer, eniggeboren Zoon,
Jezus Christus.
Heer God, Lam Gods,
Zoon van de Vader.
Gij, die wegneemt de zonden der wereld,
ontferm U over ons.
Gij, die wegneemt de zonden der wereld,
aanvaard ons gebed.
Gij, die zit aan de rechterhand van de Vader,
ontferm U over ons.
Want Gij alleen zijt de Heilige.
Gij alleen de Heer.
Gij alleen de Allerhoogste
Jezus Christus,
met de heilige geest
in de heerlijkheid van God de Vader.
Amen.

Credo

Credo in unum Deum.
Patrem omnipotentem,
factorem caeli et terrae,
visibilium omnium et invisibilium.
Et in unum Dominum Jesum Christum,
Filium Dei, unigenitum.
Et ex Patre natum
ante omnia saecula.
Deum de Deo, Lumen de Lumine,
Deum verum de Deo vero.
Genitum, non factum,
consubstantialem Patri
per quem omnia facta sunt.

Qui propter nos homines,
et propter nostram salutem
descendit de caelis.
Et incarnatus est
de Spiritu Sancto
ex Maria Virgine
et homo factus est.
Crucifixus etiam pro nobis:
sub Pontio Pilato passus et sepultus est.
Et resurrexit tertia die
secundum Scripturas.
Et ascendit in caelum:
Sedet ad dexteram Patris.
Et iterum venturus est cum gloria
iudicare vivos et mortuos,
cuius regni non erit finis.

Et in Spiritum Sanctum,
Dominum et vivificantem:
qui ex Patre Filioque procedit.
Qui cum Patre et Filio
simul adoratur et conglorificatur;
qui locutus est per Prophetas.
Et unam sanctam catholicam
et apostolicam Ecclesiam.
Confiteor unum baptisma in remissionem peccatorum.
Et expecto resurrectionem mortuorum
et vitam venturi saeculi.
Amen.

Ik geloof in één God,
de almachtige Vader.
Schepper van hemel en aarde,
van al wat zichtbaar en onzichtbaar is.
En in één Heer, Jezus Christus,
eniggeboren zoon van God.
Geboren uit de Vader
vóór alle tijden.
God uit God, Licht uit Licht,
ware God uit ware God.
Geboren, niet geschapen,
één in wezen met de Vader
en dóór Wie alles geschapen is.

Hij is voor ons, mensen
en omwille van ons heil
uit de hemel neergedaald.
Hij heeft het vlees aangenomen
door de heilige Geest
uit de maagd Maria,
en is mens geworden.
Hij werd ook voor ons gekruisigd
Hij heeft geleden onder Pontius Pilatus en is begraven.
Hij is verrezen op de derde dag,
volgens de Schriften.
Hij is opgevaren ten hemel:
zit aan de rechterhand van de Vader.
Hij zal wederkomen in heerlijkheid
om te oordelen levenden en doden.
En aan zijn rijk komt geen einde.

En (ik geloof) in de Heilige Geest,
die Heer is en het leven geeft;
die voortkomt uit de Vader en de Zoon;
die met de Vader en de Zoon
tezamen wordt aanbeden en verheerlijkt;
die gesproken heeft door de profeten.
Ik geloof in de ene, heilige, katholieke
en apostolische kerk.
Ik belijd één doopsel tot vergeving van de zonden.
Ik verwacht de opstanding van de doden
en het leven van de komende tijd.
Amen.

Sanctus & Benedictus

Sanctus, sanctus, sanctus,
Dominus Deus Sabaoth.
Pleni sunt caeli et terra gloria tua.
Hosanna in excelsis,
Benedictus qui venit in nomine Domini.
Hosanna in excelsis.

Heilig, heilig, heilig,
de Heer, de God der hemelse machten.
Vol zijn hemel en aarde van uw heerlijkheid.
Hosanna in den hoge.
Gezegend Hij die komt in de naam des Heren.
Hosanna in den hoge.

Agnus Dei

Agnus Dei, qui tollis
peccata mundi
miserere nobis.

Dona nobis pacem.

Lam Gods, dat wegneemt
de zonden der wereld,
ontferm U over ons.

Geef ons vrede.


Vier Gesänge für Frauenchor

Johannes Brahms (1833-1897), Op. 17


Es tönt ein voller Harfenklang

Es tönt ein voller Harfenklang,
den Lieb und Sehnsucht schwellen,
er dringt zum Herzen tief und bang
und lässt das Auge quellen.
O rinnet, Tränen nur herab,
o schlage Herz mit Beben!
Es sanken Lieb und Glück ins Grab,
verloren ist das Leben!

tekst: Friedrich Ruperti

Er klinkt een volle harpenklank
die versterkt wordt door liefde en verlangen
het dringt diep en angstig door tot het hart
en brengt tranen in de ogen.
Och loop nu, tranen, daarvan af
O hart, klop nu met beven!
Liefde en geluk verdwenen in het graf
verloren is het leven!


Komm herbei, komm herbei, Tod! (Lied von Shakespeare)

Komm herbei, komm herbei, Tod!
Und versenk in Cypresse den Leib.
Lass mich frei, lass mich frei, Not!
Mich erschlägt ein holdseliges Weib.
Mit Rosmarin mein Leichenhemd,
o bestellt es!
Ob Lieb ans Herz mir tötlich kommt,
treu hält es.
Keine Blum, keine Blum süss
sei gestreut auf den schwärzlichen Sarg.
Keine Seel, keine Seel grüss
mein Gebein, wo die Erd es verbarg.
Um Ach und Weh zu wenden ab,
bergt alleine
mich wo kein Treuer wall ans Grab
und weine.

tekst uit Twelfth Night van Shakespeare

Kom naderbij, kom naderbij, Dood!
En leg mijn lichaam terneer in cypressenhout.
Laat me vrij, laat me vrij, noodlot!
Een bekoorlijke vrouw slaat mij dood
O, bestel mijn doodshemd
geurend naar rozemarijn
Of de liefde het hart nu dodelijk raakt,
het blijft trouw.
Geen bloem, geen bloem zo zoet
zij gestrooid op mijn zwarte zerk.
Geen ziel, geen ziel groete
mijn gebeente, waar de Aarde het verbergt.
Om geweeklaag te voorkomen,
leg mij slechts neer
waar geen ware geliefde mijn graf kan bezoeken
en wenen.


Der Gärtner

De tuinman

Wohin ich geh und schaue,
in Feld und Wald und Tal,
vom Berg hinab in die Aue:
viel schöne, hohe Fraue,
grüss ich dich tausendmal.

In meinem Garten find ich
viel Blumen schön und fein,
viel Kränze wohl draus wind ich
und tausend Gedanken bind ich
und Grüsse mit darein.

Ihr darf ich keinen reichen,
sie ist zu hoch und schön,
die müssen alle verbleichen,
die Liebe nur ohnegleichen
bleibt ewig im Herze stehn.

Ich schein wohl froher Dinge,
und schaffe auf und ab,
und ob das Herz zerspringe,
ich grabe fort und singe,
und grab mir bald mein Grab.

tekst: Joseph von Eichendorff

Waarheen ik ga en schouw,
in veld en bos en dal,
van de berg af in de landouw:
zeer schone, hoge vrouw,
ik groet je duizendmaal.

In mijn tuin daar vind ik
veel bloemen mooi en fijn
veel kransen daaruit wind ik
en duizend gedachten bind ik
en groeten daaraan bij.

Haar mag ik er geen aanreiken
zij is zo hoog en schoon
ze moeten allen verbleken
alleen de liefde zonder vergelijk
blijft eeuwig in het hart bestaan.

Ik zet mijn vrolijkste gezicht op
en doe alsof ik iets te doen heb,
en of het hart nu barst
ik graaf voort en zing,
en graaf me snel mijn eigen graf.


Gesang aus Fingal

Lied uit Fingal

Wein' an den Felsen der brausenden Winde,
weine, o Mädchen von Inistore!
Beug über die Wogen dein schönes Haupt,
lieblicher du als der Geist der Berge,
wenn er um Mittag in einem Sonnenstrahl
über das Schweigen von Morven fährt.

Er ist gefallen, dein Jüngling liegt darnieder,
bleich sank er unter Cuthullins Schwert.
Nimmer wird Mut deinen Liebling mehr reizen,
das Blut von Königen zu vergiessen.

Trenar, der liebliche Trenar
starb, o Mädchen von Inistore!
Seine grauen Hunde heulen daheim;
sie sehn seinen Geist vorüber ziehn.
Sein Bogen hängt ungespannt in der Halle,
nichts regt sich auf der Haide der Rehe.

tekst: Ossian [James McPherson]

Ween op de rotsen van de ziedende wind,
ween, o meisje van Inistore!
Buig je mooie hoofd over de golven,
jij lieflijker dan de geest van de bergen,
als hij om het middaguur, in een zonnestraal
over het zwijgen van Morven beweegt.

Hij is gevallen, de jongeling ligt daar terneer,
bleek viel hij onder Cuthullins zwaard.
Nooit meer zal moed je lieveling bewegen
het bloed van koningen te vergieten.

Trenar, jij lieve Trenar
stierf, o meisje van Inistore!
Zijn grijze honden huilen bij hem thuis
zij zien zijn geest voorbijtrekken.
Zijn boog hangt ongespannen in de hal,
niets rept zich op de heuvels van de reeën.


Qui habitat (psalm 91)

Gods bescherming in gevaren

Hendrik Andriessen (1892-1981)

Qui habitat in adjutorio Altissimi,
in protectione Dei cæli commorabitur.
Dicet Domino:
Susceptor meus es tu et refugium meum;
Deus meus, sperabo in eum.
Scapulis suis obumbrabit tibi,
et sub pennis ejus sperabis.
Scuto circumdabit te veritas ejus:
non timebis a timore nocturno;
a sagitta volante per diem,
a negotio perambulante in tenebris,
a ruina et dæmonio meridiano.
Cadent a latere tuo mille,
et decem millia a dextris tuis;
ad te autem non appropinquabit.
Quoniam Angelis suis mandavit de te,
ut custodiant te in omnibus viis tuis.

Quoniam in me speravit,
liberabo eum:

protegam eum,
quoniam cognovit nomen meum.

Invocabit me, et ego exaudiam aum:
cum ipso sum in tribulatione.
Eripiam eum, et glorificabo eum:
longitudine dierum adimplebo eum,
et ostendam illi salutare meum
.

Wie in de schuilplaats van de Allerhoogste is gezeten,
zal overnachten in de schaduw van de Almachtige.
Hij zal zeggen tegen de Heer:
Mijn toevlucht en mijn burcht,
mijn God, op Wie ik vertrouw!
Hij zal u beschutten met Zijn vlerken,
onder Zijn vleugels zult u de toevlucht nemen,
Zijn trouw is een schild en een pantser.
U zult niet vrezen voor het beangstigende van de nacht,
voor de pijl die overdag aan komt vliegen,
voor de pest, die in het donker rondgaat,
voor het verderf dat midden op de dag verwoest.
Al zullen er duizend vallen aan uw zijde
en tienduizend aan uw rechterhand –
bij u zal het onheil niet komen.
Want Hij zal voor u Zijn engelen bevel geven
dat zij u bewaren op al uw wegen.

Omdat hij liefde voor Mij opgevat heeft,
zal Ik hem bevrijden;
Ik zal hem in een veilige vesting zetten,
want hij kent Mijn Naam.
Hij zal Mij aanroepen en Ik zal hem verhoren,
in de benauwdheid zal Ik bij hem zijn,
Ik zal hem eruit helpen en hem verheerlijken.
Ik zal hem met lengte van dagen verzadigen,
Ik zal hem Mijn heil doen zien.


Nachtgesang im Walde

 

Franz Schubert (1797-1828), D.913

Sei uns stets gegrüßt, o Nacht,
Aber doppelt hier im Wald,
Wo dein Aug verstohlner lacht,
Wo dein Fußtritt leiser hallt!

Auf der Zweige Laubpokale
Gießest du dein Silber aus,
Hängst den Mond mit seinem Strahle
Uns als Lamp' in's Blätterhaus.

Säuselnde Lüftchen
Sind deine Reden;
Spinnende Strahlen
Sind deine Fäden,
Was nur dein Mund beschwichtigend traf,
Senket das Aug und sinket in Schlaf!

Und doch, - es ist zum Schlafen zu schön,
Drum auf und weckt mit Hörnergetön,
Mit hellerer Klänge Wellenschlag,
Was früh betäubt im Schlummer lag!

Es regt in den Lauben
Des Waldes sich schon;
Die Vöglein sie glauben,
Die Nacht sei entflohn.

Die wandernden Rehe
Verlieren sich zag;
Sie wähnen, es gehe
Schon bald an den Tag;

Die Wipfel des Waldes
Erbrausen mit Macht;
Vom Quell her erschallt es,
Als wär' er erwacht;

Und rufen wir im Sange:
Die Nacht ist im Walde daheim,
So ruft auch Echo lange:
Sie ist im Wald daheim!

Drum sei uns, doppelt hier im Wald
Gegrüßt, o holde, holde Nacht;
Wo Alles, was dich schön uns mahlt,
Uns noch weit schöner lacht.

Zie voor de vertaling door Lau Kanen deze pagina op Lieder.net


Cantica Propria Festum Immaculati Cordis Beatae Mariae Virginis

Lied voor het feest van het onbevlekte hart van de heilige maagd Maria

Hendrik Andriessen (1892-1981)

Adeamus con fiducia ad thronum gratiae
ut misericordiam consequamur inveniamus in auxilio opportune.

Eructavit cor meum verbum bonum
dico ego opera mea regi
Gloria Patri et Filio et Spiritui Sancto.
Sicut erat in principio et nunc et semper et in saecula saeculorum. Amen.

Exsultabit cor meum in salutari tuo.
Cantabo Domino qui bona tribuit mihi
Et psallam nomini Domini altissimi.

Memores erunt nominis tui in omni generatione et generationem: propter ea populi confitebuntur tibi in aeternum. Alleluja.
Magnificat anima mea Dominum.
Et exsultavit spiritus meus in salutari meo.
Alleluja.

Exsultavit spiritus meus in salutari meo;
Quia fecit mihi magna qui potens est,
Et sanctum nomen eius.

Dixit Jesus matri suae: Mulier ecce filius tuus.
Deinde dixit discipulo: Ecce mater tua.
Et ex illa hora accepit eam discipulus in sua.

Laat ons dan met vrijmoedigheid toegaan tot den troon der genade, opdat wij barmhartigheid mogen verkrijgen, en genade vinden, om geholpen te worden ter bekwamer tijd.
Mijn hart geeft een goede rede op; ik zeg mijn gedichten uit van een Koning.
Glorie zij de Vader, en de Zoon, en de heilige Geest.
Zoals het was in den beginne en nu en altijd en tot in de eeuwen der eeuwen. Amen

Mijn hart zal zich verheugen in Uw heil;
ik zal tot de Heer zingen, omdat Hij aan mij welgedaan heeft.
En ik zal Uw Naam psalmzingen, o Allerhoogste!
Ik zal Uws Naams doen gedenken van elk geslacht tot geslacht; daarom zullen U de volken loven, eeuwiglijk en altoos. Halleluja.

Mijn ziel maakt groot de Heer,
en mijn geest heeft zich verblijd over mijn Heiland. Halleluja.

Mijn geest heeft zich verblijd over mijn Heiland;
omdat de Machtige grote dingen aan mij gedaan heeft. En heilig is Zijn naam.

Jezus sprak tot Zijn moeder: Vrouw, zie uw zoon.
Vervolgens sprak hij tot zijn leerling: zie uw moeder.
En vanaf dat tijdstip nam de discipel haar aan als de zijne.